DE WITTE STAD VERDOLVEN ONDER DE WIET

Lissabon Portugal Travel
oktober 3, 2015

“Hey, hey” is het eerste wat ik vaag op de achtergrond hoorde toen wij net de bus waren uitgestapt. We stonden op Praca do Rossio; dit is een plein midden in het centrum van Lissabon. We draaiden ons om en een man die zeker al de 40 had gepasseerd liep onze richting op. Ik dacht dat hij iets wilde vragen over de weg, maar het ging om iets geheel anders. “Weed?” vroeg hij zachtjes terwijl ik het zakje in zijn handen kon zien. Overrompeld en verbaasd liepen we snel verder op zoek naar ons hostel. “Hiervoor ben ik niet naar Lissabon gekomen” dacht ik. Als ik wiet had willen roken had ik net zo goed gewoon in Nederland kunnen blijven. En dan is het nog legaal ook.

Onderweg naar het hostel gebeurde dit nog minimaal vier keer. De oude mannetjes met hun zakjes onkruid begonnen mij zwaar te irriteren en ik was nog niet eens tien minuten in het centrum van Lissabon. Een aantal mannetjes boden zelfs eerst zonnebrillen aan, maar na het vriendelijk afslaan van hun aanbod vroegen ze: “Do you smoke weed?” Nadat ik eraan gewend was geraakt, negeerde ik ze compleet.

Het waren net irritante wespen die maar om je heen blijven zoemen; het liefst wil je ze slaan maar dat kan niet, want dan word je gestoken.

Ondanks de hoeveelheid aangeboden wiet was Lissabon geweldig. Bijna overal kwam de geur van sardientjes ons tegemoet en natuurlijk at ik zoveel mogelijk Pastéis de Nata die ik in Sintra voor het eerst had gegeten. De beste plek om deze overheerlijke gebakjes te eten is natuurlijk Pastéis de Belém. Dit is de beroemdste bakkerij van Portugal waar regelmatig lange rijen staan. Volgens de legende zijn de gebakjes gemaakt door monniken in het Jerónimos klooster in de 18e eeuw en bevindt het originele recept zich nog steeds in deze bakkerij. Ik was in ieder geval in de hemel en ik heb er meteen een stuk of 6 gekocht om mee te nemen.

Het Jerónimos klooster stond natuurlijk ook op ons lijstje om te bezoeken. De architectuur was prachtig van binnen én van buiten. Hierna liepen wij naar Torre de Belém aan de rivier de Taag. Deze toren was vroeger een verdedigingstoren en werd later gebruikt als gevangenis. De toren heeft een mooi uitzicht op de Ponte 25 de Abril. Dat is een hangbrug over de Taag en lijkt heel erg op de brug in San Fransisco. Verder bezochten wij ook nog Castelo de São Jorge, het bekendste kasteel van Lissabon. Het uitzicht over de stad vanaf de kasteelmuren was adembenemend. Één van de plekken waar wij heerlijk hebben gegeten is Mercado da Ribeira. Dit is eigenlijk een soort Markthal in Rotterdam maar dan veel beter.

Een wilde rit in tram 28 kon natuurlijk ook niet ontbreken. Deze tramlijn is zó populair omdat het één van de langste ritten is door de stad. Als echte sardientjes werden we in de tram gepropt en niet proberen om te vallen was een heuse work-out. Onwijs snel manoeuvreerde de tram zich door extreem smalle straatjes, bochten en op steile heilingen. Als enorme achtbaan hater was ik blij dat ik er levend uit was gekomen, maar wel met een enorm misselijk gevoel. En we waren de weg kwijt.

Hoewel je 20 keer in een half uur wordt aangesproken door mannetjes met kleine plantjes in het centrum van de witte stad is het vooralsnog geweldig om er te zijn. De architectuur, het weer, de sfeer en natuurlijk het eten is subliem en ik kan niet wachten om ooit weer terug te gaan. Ik mis de zoute aroma van sardientjes en de overheerlijke zoete aroma van verse custardtaartjes.

Misschien vind je dit ook leuk

Geen Reacties

Laat een reactie achter en inspireer andere #dutchadventurers!